De politiek heeft in het (recente) verleden belangrijke besluiten genomen over de ontwikkeling van Bangert en Oosterpolder. VOC Hoorn wil graag op dit moment weten, wat de financiële consequenties zijn en niet achteraf. Daarom hebben wij aan het College een aantal art. 37 vragen gesteld over deze kwestie.
Hoorn , 5-2-2006
Aan het college van burgemeester en wethouders
Postbus 603
1620 AR Hoorn
Blokker, 21-11-2005
Betreft: vragen ex artikel 37 reglement van orde
Geacht college,
Op 15-11-2005 is tijdens de vergadering van de raadscommissie uitvoerig van gedachten gewisseld over de financiële gevolgen van de liquidatie van het Samenwerkings Orgaan Westfriesland. De commissie is accoord gegaan met een reservering van 1,5 miljoen euro en een meerderheid van de commissie heeft besloten alsnog een onderzoek te laten instellen op welke wijze het proces, de besluitvorming en het sociaal statuut en de daaraan verbonden financiële consequenties voor de Westfriese gemeenten tot stand zijn gekomen. De politiek heeft destijds een besluit genomen zonder de financiële gevolgen te kunnen overzien, gelet op de weerbarstigheid van de problematiek.
Tegen deze achtergrond moet worden geconstateerd dat de politiek in het (recente) verleden belangrijke besluiten heeft genomen over de ontwikkeling van Bangert en Oosterpolder. Ook op dit moment moet worden geconstateerd dat bepaalde beslissingen in het verleden, van welke aard dan ook, hebben geleid tot aanzienlijke projectuitgaven. Het college heeft in zijn verantwoording over het jaar 2005 aangegeven dat de uitspraak van de Raad van State heeft geleid tot een desastreuze daling van de geprognostiseerde projectwinst en wel met een bedrag van …… miljoen euro. Gelukkig wordt geconstateerd dat de uitvoering van het project op dit moment economisch verantwoord is.
Binnen mijn fractie is echter wel een discussie ontstaan over het feit dat het noodzakelijk en wenselijk is, om nu een juridisch en financiële analyse te maken van de risico’s die nu, op korte- en (middel)lange termijn voorzienbaar, dan wel in te schatten zijn. Dit om een discussie te vermijden, zoals deze op 15-11-2005 is gevoerd. Met andere woorden: mijn fractie wil graag op dit moment en vooraf weten wat de financiële consequenties zijn, voorzover deze voorzienbaar en in te schatten zijn, en niet achteraf.
Ik leg het college daarom de volgende vragen voor:
1. Acht het college het zinvol een financiële, dan wel juridische quickscan te laten maken van het project Bangert en Oosterpolder om de raad inzicht te verschaffen in de mogelijke (toekomstige) risico’s, waaraan direct, dan wel indirect, de nodige financiële gevolgen verbonden zijn? Indien nee, graag uw motivering;
2. Op dit moment zijn nog niet alle gronden en opstallen in eigendom van de gemeente. Kan het college een overzicht overleggen van het aantal percelen, die redelijkerwijs via onteigening verworven moeten worden?
3. Is een globale inschatting te maken hoe lang deze procedures minimaal, dan wel maximaal, duren en welke gevolgen deze hebben voor de ontwikkeling van het project en welke minimale en maximale hoeveelheid interne en externe kosten daaraan verbonden zijn; zo niet, op welk moment kunnen deze gegevens wel worden overlegd?
4. Is het mogelijk nu reeds een globale financiële inschatting te maken van de kosten van de aanpassing van de verkeersinfrastructuur: aanpassing van de Westfrisiaweg, van de IJsselweg en de Oostergouw? Zo niet, wanneer kunnen deze belangrijke financiële gegevens wel worden overlegd? Komen deze investeringen overigens ten laste van het project Bangert en Oosterpolder?
5. Heeft uw onderzoek naar de luchtkwaliteit in het kader van het ontwerp-bestemmingsplan Blokkers-IJsselweg en dientengevolge de noodzaak het geplande fietspad langs de IJsselweg te schrappen, mogelijk juridisch gevolgen voor de noodzakelijke aanpassingen van de diverse wegen, fiets-en wandelpaden in verband met de realisatie van het project Bangert en Oosterpolder c.a. en de realisatie van nieuwe wegen, fietsen wandelpaden in het plangebied van Bangert en Oosterpolder? Zo nee, waarom niet en zo ja welke financiële gevolgen heeft dit (kosten extern onderzoek, interne kosten, mogelijke vertraging etc.)?
6. Kan het college de garantie geven dat het nu voorliggende bestemmingsplan Bangert en Oosterpolder en de onderliggende onderzoeken en stukken met inachtneming van de uitspraak van de Raad van State van 24-08-2004 niet zal worden vernietigd? Zo niet, is het zinvol dat een extern specialist daarover een advies aan de raad uitbrengt?
7. Kan het college de garantie geven dat de economische uitvoerbaarheid van het project Bangert en Oosterpolder op korte en middellange termijn niet in gevaar komt? Zo niet, waarom niet en kan het college vervolgens aangeven waar de projectmatige risico’s nu nog zitten (bijvoorbeeld planning woningbouw wordt wel/niet gehaald/ verdere rentestijging etc)?
Ik zie uw beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn met meer dan normale belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
C. van der Maat, fractievoorzitter VOCH, Westerblokker
c..c de pers


